Art. 8 Wbbbg, Buitengewone bevoegdheden
Wet buitengewone bevoegdheden burgerlijk gezag (Wbbbg)
1. Dit lid is buiten werking gesteld door Stb. 2021/86. Onze Minister van Veiligheid en Justitie en de commissaris van de Koning zijn bevoegd het vertoeven in de open lucht te beperken.
2. Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gegeven met betrekking tot de uitoefening van de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid.
3. Dit lid is buiten werking gesteld door Stb. 2021/86. Onze Minister van Veiligheid en Justitie is bevoegd in spoedeisende gevallen regels te geven waarbij wordt afgeweken van de regels, bedoeld in het tweede lid, of deze buiten werking worden gesteld. De door Onze voornoemde Minister gegeven regels worden op een door hem te bepalen wijze bekendgemaakt en treden na deze bekendmaking terstond in werking. Deze regels worden in ieder geval geplaatst in de Staatscourant.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Hof Den Haag 26 februari 2021, ECLI:NL:GHDHA:2021:285
- Hof Arnhem-Leeuwarden 18 september 2023, ECLI:NL:GHARL:2023:7886
- Rb. Den Haag 16 februari 2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:1100
- HR 18 maart 2022, ECLI:NL:HR:2022:380
- Conclusie A-G Keulen 11 februari 2025, ECLI:NL:PHR:2025:173
- Conclusie A-G Sinnige 17 juni 2025, ECLI:NL:PHR:2025:681
- Hof 's-Hertogenbosch 24 maart 2021, ECLI:NL:GHSHE:2021:906
- Hof Den Haag 4 oktober 2022, ECLI:NL:GHDHA:2022:1864
- Hof Arnhem-Leeuwarden 29 september 2023, ECLI:NL:GHARL:2023:8255
- Hof Arnhem-Leeuwarden 27 december 2022, ECLI:NL:GHARL:2022:11131
- Hof Amsterdam 26 november 2024, ECLI:NL:GHAMS:2024:3748
- Hof Amsterdam 26 november 2024, ECLI:NL:GHAMS:2024:3747
- Hof Amsterdam 26 november 2024, ECLI:NL:GHAMS:2024:3229