Hof Amsterdam 26 november 2024, ECLI:NL:GHAMS:2024:3748

Noodbevel burgemeester. Marginale toets. Rechtmatigheid noodbevel niet vast te stellen. Vrijspraak van overtreding artikel 184 Sr in alle strafzaken van zeventig verdachten. Verdachte was deelnemer aan de coronademonstratie van 28 maart 2021 op het Museumplein in Amsterdam. Heeft zich niet verwijderd na noodbevel van locoburgemeester op grond van artikel 175 Gemeentewet. Vervolging wegens niet opvolgen ambtelijk bevel (artikel 184 Sr). Hof wijdt overwegingen aan de verhouding tussen de bevoegdheden van de Wet openbare manifestaties (Wom) en de Gemeentewet. Hof oordeelt dat er geen rechtsregel is die ertoe dwingt eerst de betoging te beëindigen voordat noodbevoegdheden kunnen worden ingezet. Het noodbevel bevat overwegingen die deels verwijzen naar een gevolgd voortraject op basis van de Wom, waarvoor feitelijke grondslag ontbreekt. De overwegingen van de locoburgemeester vertonen een aanzielijke verwevenheid en hebben betrekking op beoordelingscriteria die deels zijn ontleend aan artikel 175 Gemeentewet en deels aan artikel 7 Wom. Dat plaatst het hof voor de vraag of het zich verdraagt met de terughoudendheid van de marginale toets als het tot beoordeling van het noodbevel zou overgaan waarbij de overwegingen over het voortraject buiten beschouwing zouden worden gelaten. Die vraag beantwoordt het hof negatief. Het hof zou dan zijn oordeel, gebaseerd op een andere afweging (zowel wat de feitelijke grondslag als wat de toepassingsvoorwaarden betreft), in de plaats stellen van dat van de locoburgemeester. Zo'n wijze van beoordelen zou de taak van de rechter, die in dit geval moet beoordelen of de locoburgemeester in redelijkheid tot het noodbevel heeft kunnen komen, te buiten gaan en zou geen recht doen aan de rolverdeling tussen het bestuursorgaan en de rechter. Dat brengt met zich dat de rechtmatigheid van het noodbevel in het kader van deze strafzaak niet kan worden vastgesteld.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen