Art. 46 Anw, De betaling van de uitkering
Algemene nabestaandenwet (Anw)
1. De Sociale verzekeringsbank betaalt de uitkering waarop op grond van deze wet recht bestaat.
2. De betaling bedoeld in het eerste lid geschiedt in de regel per maand.
3. De Sociale verzekeringsbank schort de betaling van de uitkering op of schorst de betaling indien zij op grond van duidelijke aanwijzingen van oordeel is of het gegronde vermoeden heeft, dat:
a. het recht op uitkering niet of niet meer bestaat; of
b. recht op een lagere uitkering bestaat; of
c. de nabestaande, het ouderloos kind, of zijn wettelijke vertegenwoordiger dan wel de instelling aan welke ingevolge artikel 49 of 57 de uitkering wordt uitbetaald, een verplichting bedoeld in artikel 35, 35a, 36, tweede lid, of 37 niet is nagekomen.
4. De Sociale verzekeringsbank stelt de betrokken persoon of instelling onverwijld schriftelijk in kennis van de beslissing bedoeld in het derde lid.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- CRvB 1 juni 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BW7258
- Rb. Amsterdam 18 januari 2019, ECLI:NL:RBAMS:2019:299
- CRvB 24 november 2023, ECLI:NL:CRVB:2023:2262
- CRvB 21 november 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BY3893
- CRvB 15 november 2011, ECLI:NL:CRVB:2011:BU5579
- CRvB 5 september 2006, ECLI:NL:CRVB:2006:AY8767
- CRvB 1 november 2005, ECLI:NL:CRVB:2005:AU5417
- CRvB 14 juli 2005, ECLI:NL:CRVB:2005:AT9837
- CRvB 11 april 2001, ECLI:NL:CRVB:2001:AB1656