CRvB 21 november 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BY3893

Nabetaling Anw-uitkering. Raad: Op grond van art. 46, lid 1 van de ANW betaalt appellant de uitkering waarop op grond van de ANW recht bestaat. Art.4:87 Awb bepaalt sinds 1 juli 2009 binnen welke termijn betaald dient te worden. Art.4:87, lid 1 Awb bepaalt dat de betaling geschiedt binnen zes weken nadat de beschikking op de voorgeschreven wijze bekend is gemaakt, tenzij de beschikking een later tijdstip vermeldt. Blijkens de MvT is bij de laatste zinsnede gedacht aan de situatie dat een betrokkene eerst vanaf een bepaalde datum een geldelijke aanspraak heeft en daar ruim van te voren een aanvraag toe indient (Kamerstukken II 2006/07, 31 124, nr. 3, p. 6). Daarvan is in het geval van betrokkene geen sprake. Door, nadat op 9 oktober 2009 door de Svb besluiten waren genomen over de hoogte van de nabetaling en de wettelijke rente, deze bedragen zo spoedig mogelijk aan betrokkene over te maken, kan niet gezegd worden dat appellant gehandeld heeft in strijd met de wet of met algemene beginselen van behoorlijk bestuur, zoals de zorgvuldigheid. Er zijn geen aanknopingspunten om tot het oordeel te komen dat appellant met betrokkene in overleg had moeten treden teneinde de voor betrokkene fiscaal meest gunstige tijdstippen van betaling te bepalen, zoals betrokkene in essentie heeft bepleit. Indien een nabetaling leidt tot belastingschade is een verzoek om vergoeding van deze schade volgens vaste rechtspraak van de Raad in beginsel toewijsbaar (zie LJN: BT6353). De vraag of, en zo ja, tot welke hoogte, betrokkene fiscale schade heeft geleden is echter geen onderwerp van dit geding. Appellant heeft meerdere malen aangegeven de fiscale schade te zullen vergoeden maar daarvoor wel een, met (in het bijzonder fiscale) stukken, gemotiveerde onderbouwing nodig te hebben. Het is aan betrokkene hier wel of geen gehoor aan te geven. Aangevallen uitspraak vernietigd.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen