Art. 25 Typekeuringsregeling verwarmingstoestellen luchtverontreiniging stikstofoxiden, Berekening van de uitworp bij nominale, minimale en relatieve belasting

Typekeuringsregeling verwarmingstoestellen luchtverontreiniging stikstofoxiden

1. De uitworp van NOx bij minimale belasting wordt bepaald na het bereiken van het temperatuurevenwicht waarbij het verwarmingstoestel zodanig is ingesteld dat:

a. de belasting bij:

1º. aan/uit geregelde verwarmingstoestellen met instelbare belasting is ingesteld op de hoogste nominale belasting (100%);

2º. hoog/laag geregelde verwarmingstoestellen is ingesteld op de in het installatievoorschrift opgegeven laagstand, met dien verstande dat, indien deze kleiner is dan 30%, op de nominale belasting wordt ingesteld (100%);

3º. modulerende verwarmingstoestellen is ingesteld op 30% van de nominale belasting of op de laagste belasting van het regelbereik, indien deze hoger is dan 30%;

4º. voorzetbranders is ingesteld op de in het installatievoorschrift opgegeven laagst mogelijke belasting.

b. de waterdoorstroming ongewijzigd is ten opzichte van de instelling genoemd in artikel 24, eerste lid, onder b;

c. bij luchtverwarmers het transport van de verwarmingslucht ongewijzigd is ten opzichte van de instelling genoemd in artikel 24, eerste lid, onder c;

d. bij voorzetbranders de gas/luchtfactor zodanig is ingesteld dat de luchtfactor gelijk is aan 1,4 (CO2% = 8%)

e. de waterretourtemperatuur 313 K bedraagt met een toegestane onnauwkeurigheidsmarge van 3 K in plus en min;

2. De gemeten uitworpwaarden worden aangeduid als ’Uitworpwaarde bij minimale belasting = Emin'