Art. 24 Typekeuringsregeling verwarmingstoestellen luchtverontreiniging stikstofoxiden, Berekening van de uitworp bij nominale, minimale en relatieve belasting

Typekeuringsregeling verwarmingstoestellen luchtverontreiniging stikstofoxiden

1. De uitworp van NOx bij nominale belasting wordt bepaald na het bereiken van het temperatuurevenwicht waarbij het verwarmingstoestel zodanig is ingesteld dat:

a. de belasting bij:

1º. aan/uit geregelde verwarmingstoestellen met instelbare belasting is ingesteld op de hoogste nominale belasting (100%);

2º. voorzetbranders, is ingesteld op het in het desbetreffende installatievoorschrift opgegeven werkingsgebied van deze voorzetbranders;

3º. de andere dan onder 1° en 2° genoemde verwarmingstoestellen is ingesteld op de nominale belasting.

b. het gemiddelde van de watertemperatuur aan de inlaat en de uitlaat van het verwarmingstoestel 343 K bedraagt, met een toegestane onnauwkeurigheidsmarge van 3 K in plus en min, en het verschil tussen de afzonderlijk gemeten temperaturen 20 K bedraagt, met een toegestane onnauwkeurigheidsmarge van 2 K in plus en min;

c. bij luchtverwarmers het transport van de verwarmingslucht is ingesteld volgens het desbetreffende installatievoorschrift (nominale luchthoeveelheid);

d. bij voorzetbranders de gas/luchtfactor zodanig is ingesteld dat de luchtfactor gelijk is aan 1,2 (CO2% = 9,6%).

2. De gemeten uitworpwaarden worden aangeduid als ’Uitworpwaarde bij nominale belasting = Enom'