Art. 2.5.9 WEB, Correctie rijksbijdrage; verrekening vorderingen
Wet educatie en beroepsonderwijs (WEB)
1. Indien de vaststelling van de rijksbegroting daartoe noopt, kan Onze Minister tot acht weken na die vaststelling correcties aanbrengen op de rijksbijdrage. Onze Minister maakt het bevoegd gezag binnen acht weken na de vaststelling van de rijksbegroting een correctie als bedoeld in de eerste volzin bekend. Onze Minister verrekent de correctie met de rijksbijdrage voor het desbetreffende jaar of betaalt uit in dat jaar.
2. Indien uit de jaarrekening, uit de verklaring van de accountant, bedoeld in artikel 2.5.3, vierde lid, of uit de resultaten van het onderzoek, bedoeld in artikel 2.5.6, blijkt dat de rijksbijdrage op onjuiste gronden is vastgesteld dan wel de besteding daarvan niet rechtmatig of niet doelmatig was, kan Onze Minister correcties aanbrengen op de rijksbijdrage. Onze Minister verrekent een correctie met de rijksbijdrage voor het eerstvolgende jaar na het besluit tot correctie, of betaalt uit in dat jaar.
3. Onverminderd het eerste en tweede lid is Onze Minister bevoegd tot verrekening van vorderingen krachtens deze wet van of op het bevoegd gezag van een instelling met vorderingen krachtens een andere wet.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- ABRvS 26 augustus 2009, ECLI:NL:RVS:2009:BJ6097
- ABRvS 14 februari 2007, ECLI:NL:RVS:2007:AZ8496
- ABRvS 21 mei 2008, ECLI:NL:RVS:2008:BD2138
- ABRvS 28 februari 2000, ECLI:NL:RVS:2000:AA5329
- Rb. Zutphen 7 januari 1999, ECLI:NL:RBZUT:1999:AA3739
- Rb. 's-Hertogenbosch 27 oktober 2008, ECLI:NL:RBSHE:2008:BG3974
- Rb. 's-Hertogenbosch 31 mei 2007, ECLI:NL:RBSHE:2007:BA6871
- Rb. Breda 29 juni 2006, ECLI:NL:RBBRE:2006:AY5829
- Rb. Breda 8 maart 2006, ECLI:NL:RBBRE:2006:AV4709