Rb. Breda 29 juni 2006, ECLI:NL:RBBRE:2006:AY5829
Beroep van de Stichting NHTV internationale hogeschool Breda (eiseres) tegen een besluit van de Staatssecretaris van OCW tot herziening en terugvordering van de op grond van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW) vastgestelde subsidies/rijksbijdragen voor de jaren 1999 tot en met 2002. Omdat in die periode 82 studenten die de programma's European Tourism Management en Master of Business Administration volgden, ten onrechte voor subsidie in aanmerking zijn gebracht heeft de Staatssecretaris besloten tot terugvordering van ruim € 340.000,=. De rechtbank overweegt allereerst dat niet artikel 2.9, vierde lid, van de WHW, die in dit geval een beperkte reikwijdte voor wat betreft de herziening van rijksbijdragen heeft, maar de Algemene wet bestuursrecht de basis is voor het onderhavige besluit tot herziening en terugvordering. Verder overweegt de rechtbank dat uit artikel 1.9, eerste lid, van de WHW voortvloeit dat instellingen waaronder eiseres aanspraak kunnen maken op rijksbijdragen ten behoeve van het verzorgen van zogenaamd initieel onderwijs. De 82 studenten stonden ingeschreven voor een door de Minister van OCW goedgekeurde initiële opleiding, zij het dat zij feitelijk de genoemde programma's (zogenaamde postinitiële opleidingen) volgden. Het financieren van een niet door de Minister van OCW goedgekeurde opleiding met behulp van studenten die staan ingeschreven voor een (wel goedgekeurde) initiële opleiding, verdraagt zich niet met de verplichting om de rijksbijdragen te besteden aan initieel onderwijs (artikel 1.9, eerste lid). Uit de omstandigheden van dit geval leidt de rechtbank af dat eiseres redelijkerwijs heeft kunnen en moeten weten dat de betreffende postinitiële opleidingen niet door middel van rijksbijdragen mogen worden gefinancierd.
De uitspraak op rechtspraak.nl