Art. 5 Regeling vaststelling inkomsten uit of in verband met het verrichten van arbeid in het bedrijfs- of beroepsleven

Regeling vaststelling inkomsten uit of in verband met het verrichten van arbeid in het bedrijfs- of beroepsleven

In afwijking van de artikelen 3 en 4 worden niet als inkomsten uit of in verband met het verrichten van arbeid in het bedrijfs- of beroepsleven beschouwd:

a. uitkeringen ter zake van overlijden krachtens of vanwege een uitkering of pensioen als bedoeld in de artikel 3 of 4;

b. vergoedingen of tegemoetkomingen voor medisch dan wel medisch-sociaal noodzakelijk geachte voorzieningen ingevolge de in artikel 4, eerste lid, onder o tot en met v, bedoelde pensioen- of uitkeringsregelingen, voor zover die vergoedingen of tegemoetkomingen in het kader van de inkomstenbelasting zijn vrijgesteld van belastingheffing.