Art. 3 Regeling vaststelling inkomsten uit of in verband met het verrichten van arbeid in het bedrijfs- of beroepsleven

Regeling vaststelling inkomsten uit of in verband met het verrichten van arbeid in het bedrijfs- of beroepsleven

Onder opbrengst van arbeid wordt tevens verstaan:

a. een uitkering ingevolge de Algemene bijstandswet met toepassing van de artikelen 29 of 30;.

b. een uitkering ingevolge de Algemene bijstandswet met toepassing van artikel 31;

c. een uitkering ingevolge een regeling voor bedrijfsbeëindigingshulp door of vanwege het Ministerie van Economische Zaken;

d. een uitkering ingevolge de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werknemers, dan wel de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen.