Art. 158 WVW, Handhaving
1. Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet, met uitzondering van de hoofdstukken IA, IB en IC, zijn belast de in artikel 159 bedoelde personen en de bij besluit van Onze Minister aangewezen personen, voor zover bij dat besluit is bepaald. Zij beschikken daartoe over de in artikel 160, vierde lid, genoemde bevoegdheid met betrekking tot het vervoeren van personen en over de bevoegdheid, genoemd in artikel 160, vijfde lid.
2. Van een besluit als bedoeld in het eerste wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- HR 30 juni 2020, ECLI:NL:HR:2020:1155
- Conclusie A-G Spronken 19 mei 2020, ECLI:NL:PHR:2020:494
- HR 17 april 2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ8786
- ABRvS 28 juni 2023, ECLI:NL:RVS:2023:2495
- Conclusie A-G Hofstee 13 februari 2018, ECLI:NL:PHR:2018:126
- Rb. Limburg 14 april 2023, ECLI:NL:RBLIM:2023:2536
- Rb. Leeuwarden 17 januari 2002, ECLI:NL:RBLEE:2002:AD8276
- Conclusie A-G Hofstee 13 februari 2018, ECLI:NL:PHR:2018:128
- Conclusie A-G Vellinga 17 april 2007, ECLI:NL:PHR:2007:AZ8786
- Hof Amsterdam 29 november 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:5037