Art. 133 WVW, Onderzoeken naar de rijvaardigheid of geschiktheid
1. In de in artikel 131, eerste lid, aanhef en onderdeel b, bedoelde gevallen legt het CBR bij het in dat artikel bedoelde besluit betrokkene de verplichting op zich te onderwerpen aan een onderzoek naar zijn rijvaardigheid of geschiktheid.
2. Het CBR bepaalt de aard van het onderzoek en bepaalt door welke deskundige of deskundigen het onderzoek zal worden verricht.
3. Het onderzoek kan in gedeelten plaatsvinden. Tijd en plaats van het onderzoek dan wel de delen daarvan worden overeenkomstig bij algemene maatregel van bestuur vastgestelde regels door het CBR vastgesteld.
4. De kosten verbonden aan het opleggen van een onderzoek naar de rijvaardigheid of de geschiktheid komen ten laste van iedereen aan wie overeenkomstig het eerste lid de verplichting tot deelname aan zo’n onderzoek is opgelegd. De hoogte van deze kosten wordt door het CBR vastgesteld. In geval van niet, niet geheel of niet op aangegeven wijze of binnen de aangegeven termijnen betalen van deze kosten vaardigt het CBR een dwangbevel uit aan de nalatige.
5. De kosten verbonden aan de uitvoering van het onderzoek, waarvan de hoogte door het CBR wordt vastgesteld, komen in de bij ministeriële regeling bedoelde gevallen ten laste van betrokkene.
6. Het onderzoek vangt zo spoedig mogelijk aan.
7. De bevindingen van het onderzoek worden door de deskundige of de deskundigen zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk acht weken na aanvang van het onderzoek, dan wel van het eerste gedeelte daarvan, schriftelijk meegedeeld aan het CBR.
8. Het CBR kan in bijzondere gevallen toestaan dat door de deskundige of de deskundigen van de in het zesde lid bedoelde termijn wordt afgeweken.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- ABRvS 21 juni 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1620
- ABRvS 8 november 2017, ECLI:NL:RVS:2017:3050
- ABRvS 19 september 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3064
- ABRvS 25 april 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1335
- Rb. Zeeland-West-Brabant 12 december 2024, ECLI:NL:RBZWB:2024:8498
- Rb. Noord-Holland 24 mei 2022, ECLI:NL:RBNHO:2022:4630
- Rb. Midden-Nederland 22 november 2016, ECLI:NL:RBMNE:2016:6305
- Rb. Almelo 11 juni 2004, ECLI:NL:RBALM:2004:AP3740
- ABRvS 16 september 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5511
- ABRvS 17 december 2025, ECLI:NL:RVS:2025:6186
- ABRvS 21 augustus 2013, ECLI:NL:RVS:2013:833
- ABRvS 19 september 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BX7707
- ABRvS 16 april 2008, ECLI:NL:RVS:2008:BC9570
- ABRvS 9 april 2008, ECLI:NL:RVS:2008:BC9070
- Rb. Zeeland-West-Brabant 19 september 2025, ECLI:NL:RBZWB:2025:9876
- Rb. Zeeland-West-Brabant 22 augustus 2024, ECLI:NL:RBZWB:2024:5830
- Rb. Zeeland-West-Brabant 14 juni 2021, ECLI:NL:RBZWB:2021:2910
- Rb. Utrecht 6 maart 2003, ECLI:NL:RBUTR:2003:AP1575
- Rb. Rotterdam 7 mei 2021, ECLI:NL:RBROT:2021:4074
- Rb. Rotterdam 29 augustus 2019, ECLI:NL:RBROT:2019:6957