Art. 5 AWGB, Bepalingen op het terrein van de arbeid en het vrije beroep
Algemene wet gelijke behandeling (AWGB)
1. Onderscheid is verboden bij:
a. de aanbieding van een betrekking en de behandeling bij de vervulling van een openstaande betrekking;
b arbeidsbemiddeling;
c. het aangaan en het beëindigen van een arbeidsverhouding;
d. het aanstellen of ontslaan van personen, op wie artikel 3 van de Ambtenarenwet 2017 van toepassing is en het aanstellen of ontslaan van ambtenaren als bedoeld in de Ambtenarenwet BES;
e. arbeidsvoorwaarden;
f. het laten volgen van onderwijs, scholing en vorming tijdens of voorafgaand aan een arbeidsverhouding;
g. bevordering;
h. arbeidsomstandigheden.
2. Het eerste lid laat onverlet dat: ten aanzien van personen die voor haar werkzaam zijn onderscheid mag maken op grond van godsdienst, levensovertuiging of politieke gezindheid, voor zover deze kenmerken vanwege de aard van de betrokken specifieke beroepsactiviteit of de context waarin deze wordt uitgeoefend een wezenlijk, legitiem en gerechtvaardigd beroepsvereiste vormen, gezien de grondslag van de instelling. Een zodanig onderscheid mag niet verder gaan dan passend is, gelet op de houding van goede trouw en loyaliteit aan de grondslag van de instelling die van de voor haar werkzame personen mag worden verlangd, en mag niet leiden tot onderscheid op een andere in artikel 1 genoemde grond, onverminderd artikel 2, eerste lid.
a. een instelling op godsdienstige of levensbeschouwelijke grondslag,
b. een instelling van bijzonder onderwijs, of
c. een instelling op politieke grondslag,
2a. Het eerste lid laat tevens onverlet de vrijheid van gemeenten om onderscheid te maken op grond van godsdienst of levensovertuiging ten aanzien van een ambtenaar of buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand die in de uitoefening van zijn ambt onderscheid maakt, tenzij het door hem gemaakte onderscheid is gebaseerd op een algemeen verbindend voorschrift.
3. Het eerste lid is niet van toepassing indien:
a. de werkverhouding een privékarakter heeft,
b. het verschil in behandeling berust op een kenmerk dat verband houdt met godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht, nationaliteit, hetero- of homoseksuele gerichtheid of burgerlijke staat, en
c. dat kenmerk vanwege de aard van de betrokken specifieke beroepsactiviteit of de context waarin deze wordt uitgeoefend, een wezenlijk en bepalend beroepsvereiste vormt, mits het doel legitiem is en het vereiste evenredig is aan dat doel.
4. Het eerste lid is niet van toepassing op eisen met betrekking tot de politieke gezindheid die in redelijkheid kunnen worden gesteld in verband met de vervulling van functies in bestuursorganen en adviesorganen.
5. Het eerste lid is niet van toepassing op eisen met betrekking tot de politieke gezindheid die in redelijkheid kunnen worden gesteld in verband met de vervulling van vertrouwensfuncties.
6. Het eerste lid, onderdeel e, is niet van toepassing op onderscheid op grond van burgerlijke staat met betrekking tot nabestaandenpensioen-voorzieningen en met betrekking tot aanspraken op pensioen die vóór de datum van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel B, van de wet van 21 december 2000, houdende wijziging van de Pensioen- en spaarfondsenwet en enige andere wetten in verband met het recht van keuze voor ouderdomspensioen in plaats van nabestaandenpensioen en gelijke behandeling van mannen en vrouwen (Stb. 625), zijn opgebouwd.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- HR 30 januari 2004, ECLI:NL:HR:2004:AM2312
- HR 6 november 2020, ECLI:NL:HR:2020:1748
- Conclusie A-G de Bock 23 september 2022, ECLI:NL:PHR:2022:846
- Rb. Rotterdam 9 augustus 2017, ECLI:NL:RBROT:2017:6042
- Rb. Midden-Nederland 31 december 2019, ECLI:NL:RBMNE:2019:6288
- Rb. Rotterdam 12 januari 2024, ECLI:NL:RBROT:2024:343
- Conclusie A-G Timmerman 13 januari 2017, ECLI:NL:PHR:2017:17
- CRvB 15 juni 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:2137
- ABRvS 2 september 2009, ECLI:NL:RVS:2009:BJ6690
- Rb. Zeeland-West-Brabant 9 april 2021, ECLI:NL:RBZWB:2021:1821
- Rb. Rotterdam 9 augustus 2017, ECLI:NL:RBROT:2017:6041
- Rb. Noord-Nederland 24 oktober 2022, ECLI:NL:RBNNE:2022:3924
- Rb. Midden-Nederland 15 juli 2015, ECLI:NL:RBMNE:2015:5377
- Rb. Den Haag 4 mei 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:4429
- Conclusie A-G de Bock 17 september 2024, ECLI:NL:PHR:2024:638
- Conclusie A-G Langemeijer 9 april 2010, ECLI:NL:PHR:2010:BK4547
- Hof Amsterdam 22 september 2015, ECLI:NL:GHAMS:2015:3932
- CRvB 17 mei 2001, ECLI:NL:CRVB:2001:AB2690
- Rb. Zwolle 31 maart 2000, ECLI:NL:RBZWO:2000:AA5483
- Rb. Utrecht 5 november 2008, ECLI:NL:RBUTR:2008:BG5158