Art. 9 Wet MRB 1994
Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994 (Wet MRB 1994)
Als degene die het motorrijtuig waarvoor geen kenteken is opgegeven feitelijk ter beschikking heeft wordt beschouwd degene ten aanzien van wie het gebruik van de weg met het motorrijtuig is geconstateerd. Degene ten aanzien van wie het gebruik van de weg is geconstateerd, wordt geacht tot het moment waarop voor het motorrijtuig een kenteken is opgegeven, het motorrijtuig feitelijk ter beschikking te hebben, tenzij is gebleken dat dit onjuist is.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Conclusie A-G Wattel 15 november 2018, ECLI:NL:PHR:2018:1289
- Hof Amsterdam 25 april 2013, ECLI:NL:GHAMS:2013:BZ9389
- Hof Arnhem-Leeuwarden 12 januari 2016, ECLI:NL:GHARL:2016:113
- Rb. Zeeland-West-Brabant 10 juni 2021, ECLI:NL:RBZWB:2021:2951
- Rb. Den Haag 3 april 2017, ECLI:NL:RBDHA:2017:4181
- Rb. Arnhem 14 november 2006, ECLI:NL:RBARN:2006:BD7476
- Conclusie A-G Wattel 15 november 2018, ECLI:NL:PHR:2018:1346
- Hof Arnhem 1 oktober 2008, ECLI:NL:GHARN:2008:BF7582
- Hof Arnhem-Leeuwarden 24 juni 2014, ECLI:NL:GHARL:2014:5072
- Hof Amsterdam 30 juni 2020, ECLI:NL:GHAMS:2020:1795