Art. 6 Regeling zeilvliegen

Regeling zeilvliegen

1. Tenzij noodzakelijk om op te stijgen of te landen, is het verboden om met een zeilvliegtuig aan het luchtverkeer deel te nemen beneden de volgende minimum vlieghoogtes:

a. boven gebieden met aaneengesloten bebouwing, industrie- en havengebieden daaronder begrepen, dan wel boven mensenverzamelingen: tenminste 300 m (1000 voet) boven de hoogste hindernis, gelegen binnen een afstand van 600 m van het zeilvliegtuig;

b. elders dan onder a aangegeven: tenminste 150 m (500 voet) boven de grond of het water.

2. Boven de strand- en duingebieden en tijdens de periodes, genoemd in de bij deze regeling behorende bijlage, mag het zeilvliegtuig worden gebruikt beneden een hoogte van 150 m (500 voet), mits de afstand tot personen en zaken minimaal 30 m en de afstand tot het strand en de duinen minimaal 5 m bedraagt.

3. Het is verboden om met een zeilvliegtuig te landen op de openbare weg of binnen een aaneengesloten bebouwing, industrie- en havengebieden daaronder begrepen.