Art. 9 Wet op het specifiek cultuurbeleid, Fondsen
Wet op het specifiek cultuurbeleid
1. Onze Minister wordt gemachtigd om namens de Staat tot oprichting of mede-oprichting over te gaan van privaatrechtelijke rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid die tot doel hebben het instandhouden, ontwikkelen, sociaal en geografisch spreiden of anderszins verbreiden van één of meer cultuuruitingen te bevorderen door daartoe subsidies te verstrekken.
2. Onze Minister gaat tot oprichting of mede-oprichting van een privaatrechtelijke rechtspersoon als bedoeld in het eerste lid niet eerder over dan een maand nadat van het voornemen daartoe, onder overlegging van de concept-statuten, schriftelijk mededeling is gedaan aan beide Kamers van de Staten-Generaal.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- ABRvS 4 mei 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BQ3440
- ABRvS 22 november 2006, ECLI:NL:RVS:2006:AZ2750
- ABRvS 25 juni 2003, ECLI:NL:RVS:2003:AH8613
- ABRvS 22 mei 2002, ECLI:NL:RVS:2002:AE2814
- ABRvS 1 april 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1031
- Rb. 's-Gravenhage 13 mei 2009, ECLI:NL:RBSGR:2009:BI6126
- Rb. 's-Gravenhage 20 juni 2008, ECLI:NL:RBSGR:2008:BD6786
- Rb. Rotterdam 14 juni 2001, ECLI:NL:RBROT:2001:AB2445
- Rb. Den Haag 12 maart 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:6260
- Rb. Arnhem 15 juli 2010, ECLI:NL:RBARN:2010:BN1418
- Rb. Almelo 23 januari 2004, ECLI:NL:RBALM:2004:AO5520