Art. 34 Wet BOPZ, Rechterlijke machtiging op eigen verzoek
Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (Wet BOPZ)
1. Onverminderd het bepaalde in de artikelen 48 en 49 wordt de machtiging op eigen verzoek als bedoeld in artikel 32 gegeven voor een door de rechter te bepalen duur, welke niet langer kan zijn dan een jaar en niet korter dan een half jaar na haar dagtekening.
2. De rechter beslist zo spoedig mogelijk.
3. De artikelen 2 tot en met 19 zijn ten aanzien van degene die op grond van een machtiging als bedoeld in artikel 32 in een psychiatrisch ziekenhuis verblijft van overeenkomstige toepassing na verloop van de geldigheidsduur van die machtiging.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Conclusie A-G Langemeijer 8 juni 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA3535
- Rb. 's-Gravenhage 3 augustus 2009, ECLI:NL:RBSGR:2009:BK0928
- Rb. Rotterdam 26 april 2018, ECLI:NL:RBROT:2018:3633
- Rb. Den Haag 14 juni 2018, ECLI:NL:RBDHA:2018:7413
- Conclusie A-G Langemeijer 15 april 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BP5617
- Conclusie A-G Langemeijer 8 december 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA8892