Art. 7.3 WHW, Opleidingen en onderwijseenheden
Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW)
1. Het onderwijs wordt door de instelling aangeboden in de vorm van opleidingen.
2. Een opleiding is een samenhangend geheel van onderwijseenheden, gericht op de verwezenlijking van welomschreven doelstellingen op het gebied van kennis, inzicht en vaardigheden waarover degene die de opleiding voltooit, dient te beschikken. Een onderwijseenheid kan betrekking hebben op de praktische voorbereiding op de beroepsuitoefening en op de beroepsuitoefening in verband met het onderwijs in een duale opleiding, voorzover deze activiteiten onder begeleiding van het instellingsbestuur plaatsvinden.
3. Duale opleidingen, deeltijdse opleidingen, voltijdse opleidingen in het hoger beroepsonderwijs en voltijdse opleidingen in het wetenschappelijk onderwijs met een substantiële praktijkcomponent ten aanzien waarvan dit bij ministeriële regeling is bepaald, kunnen geheel of gedeeltelijk bestaan uit eenheden van leeruitkomsten. Bij deze ministeriële regeling worden tevens voorschriften van procedurele aard vastgesteld met betrekking tot de toepassing van dit lid. Deze voorschriften bevatten in ieder geval een regeling over de wijze waarop de docenten die verbonden zijn aan de desbetreffende opleiding kunnen instemmen met het gebruik van eenheden van leeruitkomsten.
4. Aan elke opleiding is een examen verbonden. Aan elke onderwijseenheid is een tentamen verbonden.
5. Elke opleiding wordt op de voet van titel 3 van hoofdstuk 6 geregistreerd in de Registratie instellingen en opleidingen.
6. Het examen, bedoeld in het derde lid, dat met goed gevolg is afgelegd en de met het oog daarop vervaardigde werkstukken worden door het instellingsbestuur gedurende een periode van ten minste zeven jaar bewaard.
7. Indien het instellingsbestuur besluit een opleiding te beëindigen, worden de aan die opleiding ingeschreven studenten in de gelegenheid gesteld hun opleiding zonder onderbreking bij die instelling te vervolgen. Daarbij wordt een termijn in acht genomen die ten hoogste de voor de betrokken studenten resterende, aan de studielast van de opleiding gerelateerde studieduur vermeerderd met een jaar bedraagt.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- ABRvS 17 januari 2024, ECLI:NL:RVS:2024:152
- ABRvS 18 april 2007, ECLI:NL:RVS:2007:BA3216
- ABRvS 9 juli 2008, ECLI:NL:RVS:2008:BD6731
- ABRvS 27 juni 2007, ECLI:NL:RVS:2007:BA8158
- Rb. Gelderland 21 juli 2016, ECLI:NL:RBGEL:2016:4135
- CRvB 14 februari 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:428
- ABRvS 2 augustus 2006, ECLI:NL:RVS:2006:AY5511
- ABRvS 19 juni 2002, ECLI:NL:RVS:2002:AE4294
- Rb. Gelderland 19 juli 2016, ECLI:NL:RBGEL:2016:3902
- Hof 's-Hertogenbosch 10 maart 2020, ECLI:NL:GHSHE:2020:889
- Hof 's-Hertogenbosch 19 oktober 2017, ECLI:NL:GHSHE:2017:4580
- CRvB 10 maart 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:567
- ABRvS 23 oktober 2024, ECLI:NL:RVS:2024:4273
- ABRvS 17 juni 2009, ECLI:NL:RVS:2009:BI8444
- ABRvS 27 augustus 2008, ECLI:NL:RVS:2008:BE9268
- ABRvS 23 januari 2008, ECLI:NL:RVS:2008:BC2502
- ABRvS 21 november 2007, ECLI:NL:RVS:2007:BB8404
- ABRvS 18 april 2007, ECLI:NL:RVS:2007:BA3189
- ABRvS 21 april 2004, ECLI:NL:RVS:2004:AO7902
- Rb. Zeeland-West-Brabant 9 maart 2016, ECLI:NL:RBZWB:2016:1390