Art. 15.1 WHW, Inhouding bekostiging
Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW)
1. Onze Minister kan de rijksbijdrage, een voorschot daaronder begrepen, geheel of gedeeltelijk inhouden dan wel opschorten, indien:
a. een of meer organen van een instelling als bedoeld in artikel 1.4, 1.5 of 1.8 in strijd handelen met het bepaalde bij of krachtens deze wet;
b. de raad van toezicht een aanwijzing als bedoeld in artikel 9.9a, 9.51, tweede lid, zesde volzin, 10.3e of 11.7a of een spoedaanwijzing als bedoeld in artikel 9.9b, 10.3e1 of 11.7b niet opvolgt; of
c. het bestuur een aanwijzing als bedoeld in artikel 9.51, achtste lid, niet opvolgt.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing indien het instellingsbestuur, het personeel van een instelling of het accreditatieorgaan in strijd handelt met artikel 5:20, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
3. Onze Minister kent de rijksbijdrage wederom toe, indien blijkt dat de reden voor de toepassing van het eerste of tweede lid is vervallen.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- ABRvS 12 mei 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1020
- ABRvS 9 juli 2008, ECLI:NL:RVS:2008:BD6731
- ABRvS 12 mei 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1018
- ABRvS 28 december 2016, ECLI:NL:RVS:2016:3484
- ABRvS 25 februari 2015, ECLI:NL:RVS:2015:534
- ABRvS 23 januari 2008, ECLI:NL:RVS:2008:BC2502
- Rb. Utrecht 22 februari 2007, ECLI:NL:RBUTR:2007:AZ9744
- Rb. Noord-Holland 27 januari 2021, ECLI:NL:RBNHO:2021:1057
- Rb. Den Haag 4 maart 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:2510
- Rb. Amsterdam 16 april 2020, ECLI:NL:RBAMS:2020:3113