Art. 28 Scheepvaartreglement Westerschelde 1990, Bovenmaatse zeeschepen

Scheepvaartreglement Westerschelde 1990

Een bovenmaats zeeschip dat varende is, moet voeren, daar waar dit het best kan worden gezien:

a. behalve de lichten voorgeschreven voor een werktuiglijk voortbewogen schip, drie rondom zichtbare rode krachtige lichten geplaatst in verticale lijn;

b. een cilinder als dagmerk.