Art. 26 Scheepvaartreglement Westerschelde 1990, Schepen bezig met de uitoefening van de visserij

Scheepvaartreglement Westerschelde 1990

Een schip bezig met de uitoefening van de visserij moet voeren:

a. twee rondom zichtbare heldere lichten, het ene loodrecht onder het andere, het bovenste groen en het onderste wit, of een dagmerk bestaande uit twee kegels met de punten tegen elkaar, de ene loodrecht onder de andere.

b. ingeval het vaart door het water loopt, tevens de zijdelichten en het heklicht.