Art. 7 WVB, Toelating van binnenschepen tot het vervoer op de Nederlandse binnenwateren
Degene die vervoer van goederen of personen met een binnenschip verricht, heeft, voor zover van toepassing, gedurende het vervoer aan boord danwel draagt zorg dat anderszins, bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen, controleerbaar is:
a. de voor het binnenschip afgegeven Rijnvaartverklaring,
b. het door Onze Minister aangewezen geëigend document van de bevoegde autoriteit van een andere Lid-Staat van de Europese Gemeenschappen of van een van de overige Staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of
c. het voor het binnenschip afgegeven bewijs van toelating voor zover niet anders bepaald bij of krachtens algemene maatregel van bestuur.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Rb. Gelderland 15 juli 2015, ECLI:NL:RBGEL:2015:4566
- Hof Amsterdam 13 januari 2022, ECLI:NL:GHAMS:2022:89
- Rb. Noord-Holland 30 januari 2020, ECLI:NL:RBNHO:2020:642
- Rb. Breda 18 juli 2012, ECLI:NL:RBBRE:2012:BX8420
- Rb. Breda 1 oktober 2010, ECLI:NL:RBBRE:2010:BO1394
- Hof 's-Gravenhage 11 december 2012, ECLI:NL:GHSGR:2012:BZ7089
- Hof 's-Gravenhage 11 december 2012, ECLI:NL:GHSGR:2012:BZ7063
- Hof 's-Gravenhage 24 april 2012, ECLI:NL:GHSGR:2012:BX4979
- Hof 's-Gravenhage 10 juli 2012, ECLI:NL:GHSGR:2012:BX1637
- Hof 's-Gravenhage 10 juli 2012, ECLI:NL:GHSGR:2012:BX1608