Art. 3:305c BW, Rechtsvorderingen
Burgerlijk Wetboek Boek 3 (BW3)
1. Een organisatie of openbaar lichaam met zetel buiten Nederland welke geplaatst is op de lijst, bedoeld in artikel 5, eerste lid, van Richtlijn (EU) 2020/1828 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2020 betreffende representatieve vorderingen ter bescherming van de collectieve belangen van consumenten en tot intrekking van Richtlijn 2009/22/EG (PbEU 2020, L 409), kan een rechtsvordering instellen die strekt tot bescherming van de gelijksoortige belangen van andere personen, voorzover de organisatie deze belangen ingevolge haar doelstelling behartigt of aan het openbaar lichaam de behartiging van deze belangen is toevertrouwd.
2. Artikel 305a, lid 2, onderdelen c, d, aanhef en onder 7° en 8°, e en f, lid 3, onderdelen b en c, en lid 4, is van overeenkomstige toepassing.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Hof Den Haag 5 juli 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:1951
- Rb. Den Haag 4 december 2013, ECLI:NL:RBDHA:2013:16373
- Conclusie A-G Snijders 6 maart 2026, ECLI:NL:PHR:2026:224
- Hof Den Haag 25 februari 2025, ECLI:NL:GHDHA:2025:195
- Rb. 's-Gravenhage 14 september 2011, ECLI:NL:RBSGR:2011:BU3538
- Rb. 's-Gravenhage 14 september 2011, ECLI:NL:RBSGR:2011:BU3535
- Rb. 's-Gravenhage 14 september 2011, ECLI:NL:RBSGR:2011:BU3529
- Rb. Breda 9 juli 2008, ECLI:NL:RBBRE:2008:BD6815