Art. 3:249 BW, Pandrecht
Burgerlijk Wetboek Boek 3 (BW3)
1. Tenzij anders is bedongen, is een pandhouder die tot verkoop wil overgaan verplicht, voor zover hem dit redelijkerwijze mogelijk is, ten minste drie dagen tevoren de voorgenomen verkoop met vermelding van plaats en tijd op bij algemene maatregel van bestuur te bepalen wijze mede te delen aan de schuldenaar en de pandgever, alsmede aan hen die op het goed een beperkt recht hebben of daarop beslag hebben gelegd.
2. De aanzegging moet zo nauwkeurig mogelijk de som aangeven, waarvoor het pand kan worden gelost. Lossing kan tot op het tijdstip van de verkoop plaatsvinden, mits ook de reeds gemaakte kosten van executie worden voldaan.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Rb. Overijssel 22 maart 2017, ECLI:NL:RBOVE:2017:1504
- Rb. Amsterdam 4 mei 2016, ECLI:NL:RBAMS:2016:5819
- Hof 's-Hertogenbosch 13 april 2017, ECLI:NL:GHSHE:2017:1592
- Rb. Maastricht 28 juni 2006, ECLI:NL:RBMAA:2006:AX9549
- Rb. Amsterdam 26 mei 2009, ECLI:NL:RBAMS:2009:BJ1725
- Conclusie A-G Rank-Berenschot 30 maart 2018, ECLI:NL:PHR:2018:308
- Conclusie A-G Hartlief 10 november 2017, ECLI:NL:PHR:2017:1257
- Conclusie A-G Keus 4 april 2008, ECLI:NL:PHR:2008:BC3303
- Conclusie A-G De Vries Lentsch-Kostense 21 maart 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF2847
- Hof 's-Hertogenbosch 10 januari 2012, ECLI:NL:GHSHE:2012:BV0971
- Hof 's-Gravenhage 17 maart 2009, ECLI:NL:GHSGR:2009:BI1620
- Hof Arnhem-Leeuwarden 25 februari 2020, ECLI:NL:GHARL:2020:1609