Art. 7:76 BW, Overige bepalingen betreffende consumentenkredietovereenkomsten
Burgerlijk Wetboek Boek 7 (BW7)
1. Het is de kredietgever en de leverancier van de goederen of diensten verboden enige andere vorm van kredietvergoeding te bedingen, in rekening te brengen of te aanvaarden dan:
a. een vergoeding die verschuldigd is bij afwikkeling overeenkomstig de betalingsregeling van de kredietovereenkomst;
b. een vergoeding die verschuldigd wordt ingeval de kredietnemer, na ingebrekestelling, nalatig blijft in zijn verplichting tot betaling ingevolge de kredietovereenkomst.
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur wordt, ten einde het aanvaarden door de kredietgever van te grote risico’s tegen te gaan, de ten hoogste toegelaten kredietvergoeding vastgesteld en worden regels gegeven betreffende de tijdstippen waarop de kredietvergoeding in rekening wordt gebracht.
3. De ten hoogste toegelaten kredietvergoeding wordt uitgedrukt in een geldsom, een percentage of in enige andere vorm. Deze kan verschillen naar gelang van de hoogte van de kredietsom, de looptijd van de kredietovereenkomst, mede in verband met de termijnen van aflossing, de vorm van de kredietvergoeding bedoeld in lid 1, en het al dan niet variabel zijn van de kredietvergoeding.
4. Het is de kredietgever en de leverancier van de goederen of diensten verboden een hogere kredietvergoeding in rekening te brengen, te bedingen of te aanvaarden dan wel de kredietvergoeding op een ander tijdstip in rekening te brengen dan in gevolge de leden 2 en 3 is toegelaten.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Hof Arnhem-Leeuwarden 9 juli 2019, ECLI:NL:GHARL:2019:5655
- HR 26 mei 2023, ECLI:NL:HR:2023:778
- HR 30 juni 2023, ECLI:NL:HR:2023:1006
- Conclusie A-G Wissink 30 november 2022, ECLI:NL:PHR:2022:1130
- Rb. Amsterdam 20 december 2019, ECLI:NL:RBAMS:2019:9782
- Rb. Maastricht 6 mei 2009, ECLI:NL:RBMAA:2009:BI3628
- Rb. Amsterdam 17 januari 2020, ECLI:NL:RBAMS:2020:630
- Hof 's-Hertogenbosch 11 juli 2023, ECLI:NL:GHSHE:2023:2250
- Hof Arnhem-Leeuwarden 1 augustus 2017, ECLI:NL:GHARL:2017:6579
- Rb. Zeeland-West-Brabant 23 april 2025, ECLI:NL:RBZWB:2025:2620
- Rb. Rotterdam 30 oktober 2020, ECLI:NL:RBROT:2020:10468
- Rb. Rotterdam 11 november 2020, ECLI:NL:RBROT:2020:10445
- Rb. Rotterdam 31 juli 2019, ECLI:NL:RBROT:2019:6962
- Rb. Gelderland 23 april 2025, ECLI:NL:RBGEL:2025:3201
- Rb. Gelderland 16 februari 2022, ECLI:NL:RBGEL:2022:1021
- Rb. Gelderland 7 mei 2014, ECLI:NL:RBGEL:2014:3760
- Rb. Den Haag 4 juni 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:11051
- Rb. Breda 25 mei 2011, ECLI:NL:RBBRE:2011:BQ6159
- Rb. Amsterdam 29 november 2019, ECLI:NL:RBAMS:2019:8803
- Rb. Amsterdam 20 juli 2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:5387