Hof Arnhem-Leeuwarden 1 augustus 2017, ECLI:NL:GHARL:2017:6579

Ambtshalve toetsing algemene voorwaarden in kredietovereenkomst. Tussenarrest. Vertragingsvergoedingsbeding in de algemene voorwaarden. Dit strekt ertoe dat de kredietnemer, nadat de volledige kredietsom opeisbaar is gesteld en hij in gebreke blijft met betaling daarvan, een contractuele vertragingsrente verschuldigd wordt. Dit beding is geen kernbeding en evenmin is dit oneerlijk. Wel is in dit beding niet ondubbelzinnig vastgelegd wat de relatie tussen is tussen het vertragingsvergoedingspercentage en het kredietvergoedingspercentage. Het beding is daarom (mogelijk) intransparant en (daarmee) mogelijk onredelijk bezwarend. Voorts vloeit uit de algemene voorwaarden voort dat kredietgever het recht heeft de hoogte van de vertragingsrente te wijzigen. De desbetreffende bepaling houdt slechts in dat de kredietgever die rente kan wijzigen ‘met inachtneming van de krachtens de wet gestelde maxima’. Het hof vermoedt daarom dat desbetreffende algemene voorwaarde intransparant is. Het rentewijzigingsbeding kan naar het oordeel van het hof voorts oneerlijk zijn omdat de bepaling het evenwicht tussen de uit de overeenkomst voortvloeiende rechten en verplichtingen van partijen ten nadele van de consument aanzienlijk verstoort in de zin van artikel 3 Richtlijn 93/13 waarbij verwezen wordt naar de indicatieve lijst bij die richtlijn (onder j in relatie tot punt 2 onder b van die lijst). Tevens wordt verwezen naar het RWE-arrest (HvJEU 21 maart 2013, ECLI:EU:C:2013:180).

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken