Art. 7:44 BW, Recht van reclame
Burgerlijk Wetboek Boek 7 (BW7)
De in artikel 39 omschreven bevoegdheid van de verkoper vervalt, wanneer zowel zes weken zijn verstreken nadat de vordering tot betaling van de koopprijs opeisbaar is geworden, als zestig dagen, te rekenen van de dag waarop de zaak onder de koper of onder iemand van zijnentwege is opgeslagen.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Conclusie A-G de Bock 28 september 2018, ECLI:NL:PHR:2018:1143
- Rb. Maastricht 9 augustus 2002, ECLI:NL:RBMAA:2002:AE7083
- Rb. Amsterdam 8 november 2017, ECLI:NL:RBAMS:2017:8185
- Conclusie A-G Langemeijer 23 april 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AO4611
- Hof 's-Hertogenbosch 13 november 2018, ECLI:NL:GHSHE:2018:4764
- Hof 's-Hertogenbosch 3 april 2007, ECLI:NL:GHSHE:2007:BA2453
- Hof Leeuwarden 18 oktober 2011, ECLI:NL:GHLEE:2011:BT7622