Art. 6:157 BW, Schuld- en contractsoverneming
1. De bij de vordering behorende nevenrechten worden na het tijdstip van de overgang tegen de nieuwe in plaats van tegen de oude schuldenaar uitgeoefend.
2. Tot zekerheid van de overgegane schuld strekkende rechten van pand en hypotheek op een aan een der partijen toebehorend goed blijven bestaan; die op een niet aan partijen toebehorend goed en rechten uit borgtocht gaan door de overgang teniet, tenzij de pand- of hypotheekgever of borg tevoren in handhaving heeft toegestemd.
3. Voorrechten op bepaalde goederen waarop de schuldeiser niet tevens een verhaalsrecht jegens derden heeft, gaan door de overgang teniet, tenzij de schuldoverneming plaatsvindt ter uitvoering van de overdracht van een onderneming waartoe ook het goed waarop het voorrecht rust, behoort. Voorrechten op het vermogen van de schuldenaar gelden na de overgang als voorrechten op het vermogen van de nieuwe schuldenaar.
4. Bedongen rechten en boeten, alsmede dwangsommen die vóór de overgang aan de schuldenaar werden opgelegd, worden door de nieuwe in plaats van door de oude schuldenaar verschuldigd, voor zover zij na het tijdstip van de overgang zijn opeisbaar geworden of verbeurd.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Rb. Amsterdam 29 mei 2019, ECLI:NL:RBAMS:2019:3918
- Rb. Amsterdam 29 mei 2019, ECLI:NL:RBAMS:2019:3916
- Rb. Arnhem 30 juni 2004, ECLI:NL:RBARN:2004:AQ5077
- Rb. Zwolle-Lelystad 16 november 2005, ECLI:NL:RBZLY:2005:AX2211
- Rb. Utrecht 4 juli 2012, ECLI:NL:RBUTR:2012:BX3487
- Rb. Rotterdam 28 juli 2021, ECLI:NL:RBROT:2021:7427
- Rb. Rotterdam 9 december 2009, ECLI:NL:RBROT:2009:BL3180
- Rb. Overijssel 15 augustus 2018, ECLI:NL:RBOVE:2018:3810
- Rb. Amsterdam 16 april 2013, ECLI:NL:RBAMS:2013:BZ9386
- Rb. Almelo 24 november 2004, ECLI:NL:RBALM:2004:AR6525
- Conclusie A-G Verkade 20 maart 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BG7995
- Hof Arnhem-Leeuwarden 6 mei 2025, ECLI:NL:GHARL:2025:2758
- Hof Arnhem-Leeuwarden 3 mei 2022, ECLI:NL:GHARL:2022:3531