Rb. Zwolle-Lelystad 16 november 2005, ECLI:NL:RBZLY:2005:AX2211

Huurovereenkomst met daarin opgenomen een borgstelling. Blijft een borg ook gebonden jegens een nieuwe verhuurder? Ja, zie rechtsoverweging. 4.2 (op grond van art. 3:7 en 6:142 lid 1 BW). Art. 7:226 lid 3 BW is in deze verhouding niet van toepassing (rechtsoverweging 4.3). Dat de borg gebonden blijft jegens een nieuwe verhuurder lijdt uitzondering indien uit de borgtocht zelf blijkt dat deze alleen ten behoeve van de oorspronkelijke verhuurder is aangegaan. Daarvan is in het onderhavige geval geen sprake (rechtsoverweging 4.3). Op grond van art. 6:157 lid 2 BW vervalt de borgstelling indien een nieuwe huurder in de plaats van de oorspronkelijke huurder wordt gesteld, tenzij de borg van tevoren in de handhaving van de borgstelling heeft ingestemd. Vraag is of de verhuurder (stilzwijgend) met indeplaatsstelling heeft ingestemd (rechtsoverweging 4.6 tot en met 4.11).

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen