Art. 45 Ppw, Weigering of vervallenverklaring
1. Indien binnen de periode van acht weken, bedoeld in artikel 44, vierde lid, door de autoriteit bij wie de gronden tot weigering of vervallenverklaring bestaan aan de tot weigering of vervallenverklaring bevoegde autoriteit wordt medegedeeld, dat overeenstemming is bereikt met de aanvrager respectievelijk de houder, dan wel indien de gronden bij de tot weigering of vervallenverklaring bevoegde autoriteit zelf bestaan, door deze een dergelijke overeenstemming is bereikt, wordt zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen vier weken overeenkomstig de bereikte overeenstemming het aangevraagde reisdocument verstrekt of het ingehouden reisdocument teruggegeven dan wel het reisdocument, waarvan de geldigheidsduur onderscheidenlijk de territoriale geldigheid beperkter is dan de bij of krachtens de wet vastgestelde, verstrekt.
2. Indien binnen de periode van acht weken, bedoeld in artikel 44, vierde lid, geen mededeling wordt gedaan als bedoeld in het eerste lid, dan wel de aanvrager respectievelijk de houder geen verzoek doet als bedoeld in artikel 44, vierde lid, gaat de tot weigering of vervallenverklaring bevoegde autoriteit tot weigering of vervallenverklaring over, tenzij hij van oordeel is dat de aanvrager respectievelijk de houder door deze beslissing onevenredig zou worden benadeeld. In dat geval verstrekt de tot weigering of vervallenverklaring bevoegde autoriteit na overleg met de autoriteit bij wie de gronden tot weigering of vervallenverklaring bestaan het aangevraagde reisdocument of geeft hij het ingehouden reisdocument terug dan wel verstrekt hij een reisdocument, waarvan de geldigheidsduur onderscheidenlijk de territoriale geldigheid beperkter is dan de bij of krachtens de wet vastgestelde.
3. De tot weigering of vervallenverklaring bevoegde autoriteit doet van zijn beslissing, bedoeld in het tweede lid, onverwijld mededeling aan Onze Minister onderscheidenlijk de Gouverneur. Bij deze mededeling vermeldt hij het oordeel van de autoriteit bij wie de gronden tot weigering of vervallenverklaring bestaan. De Gouverneur draagt zorg dat de aan hem gedane mededeling ter kennis komt van Onze Minister. Onze Minister neemt deze mededeling op in het register, bedoeld in artikel 25, derde lid.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- ABRvS 10 april 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1436
- ABRvS 10 april 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1438
- ABRvS 28 april 2021, ECLI:NL:RVS:2021:897
- ABRvS 29 augustus 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BX6474
- ABRvS 9 mei 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1557
- ABRvS 12 november 2014, ECLI:NL:RVS:2014:4087
- ABRvS 23 september 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2275
- ABRvS 9 mei 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1551
- ABRvS 9 maart 2016, ECLI:NL:RVS:2016:603
- ABRvS 24 december 2013, ECLI:NL:RVS:2013:2551
- ABRvS 11 november 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2684
- ABRvS 8 april 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1031
- ABRvS 3 april 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1040
- ABRvS 30 juli 2014, ECLI:NL:RVS:2014:2876
- ABRvS 15 april 2009, ECLI:NL:RVS:2009:BI1108
- Rb. Den Haag 4 januari 2017, ECLI:NL:RBDHA:2017:101
- Rb. Den Haag 7 november 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:13414
- ABRvS 3 maart 2021, ECLI:NL:RVS:2021:459
- ABRvS 15 januari 2020, ECLI:NL:RVS:2020:70
- ABRvS 16 december 2020, ECLI:NL:RVS:2020:3007