ABRvS 23 september 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2275
Bij besluit van 28 februari 2019 heeft de minister van Buitenlandse Zaken een aanvraag van [appellant] om een Nederlands paspoort afgewezen. Bij het in bezwaar gehandhaafde besluit van 28 februari 2019 heeft de minister de aanvraag van [appellant] om verlening van een Nederlands paspoort afgewezen krachtens de artikelen 22, aanhef, onder a en slot, en artikel 45, tweede lid, van de Paspoortwet. Gebleken is dat [appellant]’ persoonsgegevens zijn opgenomen in het Register Paspoortsignalering van de Rijksdienst voor Identiteitsgegevens van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. De persoonsgegevens zijn opgenomen omdat hij een betalingsachterstand heeft bij de Belastingdienst. De minister heeft geïnformeerd bij de Belastingdienst en heeft zich daarna op het standpunt gesteld dat de gronden die tot de paspoortsignalering hebben geleid nog aanwezig zijn. Volgens de minister leidt de paspoortweigering niet tot onevenredige benadeling.
De uitspraak op rechtspraak.nl