Art. 8:1740 BW, Verjaring en verval
Burgerlijk Wetboek Boek 8 (BW8)
1. Behoudens artikel 1741 verjaart een op een overeenkomst tot het doen vervoeren van goederen gegronde rechtsvordering door verloop van negen maanden.
2. De in het eerste lid bedoelde termijn begint te lopen met de aanvang van de dag, volgende op de dag van aflevering. Voor de vaststelling van deze dag vindt artikel 1710 onder d overeenkomstige toepassing. Is de rechtsvordering echter gegrond op artikel 62 of op artikel 63, dan wel op enig beding van gelijke strekking, dan begint deze termijn met de aanvang van de dag, volgende op die waarop de opdrachtgever wist, dat de expediteur niet aan zijn verplichting tot het doen van mededelingen voldeed.
3. Is de rechtsvordering gegrond op artikel 65 of artikel 68, dan begint de termijn met de aanvang van de dag, volgende op de dag dat de overeenkomst tot het doen vervoeren van goederen eindigt.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Rb. Zeeland-West-Brabant 14 december 2022, ECLI:NL:RBZWB:2022:7627
- Rb. Rotterdam 13 januari 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:279
- Rb. Rotterdam 4 juni 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:6790
- Rb. Rotterdam 4 september 2019, ECLI:NL:RBROT:2019:7173
- Rb. Rotterdam 24 juli 2019, ECLI:NL:RBROT:2019:5881
- Rb. Rotterdam 12 september 2018, ECLI:NL:RBROT:2018:9223
- Rb. Rotterdam 26 maart 2008, ECLI:NL:RBROT:2008:BC9720
- Rb. Noord-Nederland 3 december 2024, ECLI:NL:RBNNE:2024:4720
- Rb. Arnhem 21 maart 2012, ECLI:NL:RBARN:2012:BW0641
- Rb. Almelo 8 februari 2012, ECLI:NL:RBALM:2012:BV3888