Rb. Rotterdam 12 september 2018, ECLI:NL:RBROT:2018:9223
Schade ontstaan tijdens het vervoer van een zending varkensvlees van Apeldoorn naar Hong Kong. De partijen verdeeld houdende vraag over kwalificatie van de overeenkomst als expeditie of gecombineerd vervoer blijft in het midden. Vorderingsgerechtigdheid. CIF-koop. Cognossementsvervoer. Geen schending van artikel 8:63 lid 3 BW. Cessie. Subrogatie. VErDe afzender verrekent een nieuwe partij goederen met de rekening voor het schadetransport van de geadresseerde tegen cessie van de rechten van de geadresseerde onder het cognossement (waaronder de vordering tot vergoeding van de transportschade onder de transportpolis). De schadeverzekeraar van de afzender treedt door subrogatie in de rechten van de afzender. De schadeverzekeraar betoogt dat zij, nu zij gesubrogeerd is in de rechten van de afzender onder de vervoerovereenkomst, daarmee ook de (gecedeerde) rechten van de geadresseerde onder het cognossement kan uitoefenen. Nee. De geadresseerde heeft zijn rechten onder het cognossement pas gecedeerd aan de afzender op 6 juli 2016, toen de subrogatie van de schadeverzekeraar in de rechten van de afzender al had plaatsgevonden (te weten op 28 juni 2016). De schadeverzekeraar verkreeg dus niet de rechten onder het cognossement.
De uitspraak op rechtspraak.nl