Art. 8:1131 BW, Overeenkomst van goederenvervoer over de weg
1. De vervoerder is gerechtigd afgifte van zaken of documenten, die hij in verband met de vervoerovereenkomst onder zich heeft, te weigeren aan ieder, die uit anderen hoofde dan de vervoerovereenkomst recht heeft op aflevering daarvan, tenzij daarop beslag is gelegd en uit de vervolging van dit beslag een verplichting tot afgifte aan de beslaglegger voortvloeit.
2. De vervoerder kan het recht van retentie uitoefenen op zaken of documenten, die hij in verband met de vervoerovereenkomst onder zich heeft, voor hetgeen hem verschuldigd is of zal worden terzake van het vervoer van die zaken. Hij kan dit recht tevens uitoefenen voor hetgeen bij wijze van rembours op de zaak drukt. Dit retentierecht vervalt zodra aan de vervoerder is betaald het bedrag waarover geen geschil bestaat en voldoende zekerheid is gesteld voor de betaling van die bedragen, waaromtrent wel geschil bestaat of welker hoogte nog niet kan worden vastgesteld. De vervoerder behoeft echter geen zekerheid te aanvaarden voor hetgeen bij wijze van rembours op de zaak drukt.
3. De in dit artikel aan de vervoerder toegekende rechten komen hem niet toe jegens een derde, indien hij op het tijdstip dat hij de zaak of het document ten vervoer ontving, reden had te twijfelen aan de bevoegdheid van de afzender jegens die derde hem die zaak of dat document ten vervoer ter beschikking te stellen.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Rb. Zeeland-West-Brabant 11 oktober 2022, ECLI:NL:RBZWB:2022:8470
- Rb. Zeeland-West-Brabant 8 februari 2017, ECLI:NL:RBZWB:2017:1105
- Rb. Zeeland-West-Brabant 25 februari 2015, ECLI:NL:RBZWB:2015:2835
- Rb. Zwolle-Lelystad 16 mei 2011, ECLI:NL:RBZLY:2011:BR0240
- Rb. Rotterdam 17 augustus 2011, ECLI:NL:RBROT:2011:BR5525
- Rb. Rotterdam 27 augustus 2009, ECLI:NL:RBROT:2009:BJ6251
- Rb. Rotterdam 28 januari 2009, ECLI:NL:RBROT:2009:BH3368
- Rb. Noord-Holland 14 december 2016, ECLI:NL:RBNHO:2016:10258
- Rb. Dordrecht 26 juli 2007, ECLI:NL:RBDOR:2007:BB0639
- Hof Den Haag 8 maart 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:478