Art. 14a Regeling rondvaartboten van het Amsterdamse grachtentype, Onderdelen van de CNG-installatie

Regeling rondvaartboten van het Amsterdamse grachtentype

1. De CNG-installatie bevat uitsluitend de onderdelen, bedoeld in dit artikel.

2. De CNG-installatie bestaat tenminste uit de volgende onderdelen:

a. een CNG-tank;

b. een overdrukbeveiliging ten behoeve van de CNG-tank;

c. een automatische tankafsluiter;

d. een manometer;

e. een warmtewisselaar en drukregelaar, eventueel gecombineerd;

f. een automatische afsluitklep;

g. een vulaansluiting;

h. een terugslagklep in de vulleiding;

i. gasleidingen;

j. een inspuitstuk of gasmengstuk; en

k. gasvoerende verbindingen tussen de onderdelen van de CNG-installatie.

3. De volgende onderdelen kunnen deel uitmaken van de CNG-installatie:

a. een handafsluiter;

b. gasslangen;

c. een gasregeleenheid;

d. een CNG-filtereenheid;

e. een druk- of temperatuursensor; en

f. elektrische voorzieningen.

4. In het gedeelte van de CNG-installatie waar de druk lager is dan 50 kPa kunnen extra onderdelen ten behoeve van het goed functioneren van de motor worden aangebracht.