Art. 5 Besluit gemeentelijke parkeerbelastingen
Besluit gemeentelijke parkeerbelastingen
1. De gemeentelijke kosten ter zake van het aanbrengen en verwijderen van een wielklem aan een voertuig kunnen ten hoogste bestaan uit de volgende componenten, voor zover deze samenhangen met de inning van niet betaalde parkeerbelastingen:
a. kosten van afschrijving, huur en onderhoud;
b. personele en materiële kosten;
c. overheadkosten, die ten hoogste 50% van de personeelskosten mogen bedragen;
d. kosten van interest;
e. kosten van verzekering ter dekking van de aansprakelijkheid voor schade als bedoeld in artikel 235, zestiende lid, van de wet.
2. Op basis van een raming van het jaarlijkse totaal van deze kosten stelt de raad, in verhouding tot het geraamde jaarlijkse aantal aangebrachte wielklemmen, het bedrag vast dat per aanbrenging en verwijdering aan de belastingschuldige in rekening wordt gebracht. De raming kan een gemiddelde betreffen over een periode van ten hoogste vier jaren.
3. Voor zover het aanbrengen en verwijderen van een wielklem aan een voertuig geschiedt op andere wijze dan in eigen beheer, bedragen de gemeentelijke kosten daar voor ten hoogste de door degene die het aanbrengen c.q. verwijderen van een wielklem in opdracht van de gemeenteambtenaar verricht ter zake daarvan in rekening gebrachte kosten.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- HR 12 mei 1999, ECLI:NL:HR:1999:AA2760
- Conclusie A-G Pauwels 25 oktober 2024, ECLI:NL:PHR:2024:1116
- Rb. Rotterdam 25 oktober 2023, ECLI:NL:RBROT:2023:10381
- Hof Amsterdam 5 april 2022, ECLI:NL:GHAMS:2022:1039
- Hof Amsterdam 5 december 2013, ECLI:NL:GHAMS:2013:4594
- Hof Amsterdam 29 augustus 2003, ECLI:NL:GHAMS:2003:AL2188
- Hof Den Haag 9 januari 2025, ECLI:NL:GHDHA:2025:225
- Hof Amsterdam 23 juli 2001, ECLI:NL:GHAMS:2001:AB2764