Hof Amsterdam 23 juli 2001, ECLI:NL:GHAMS:2001:AB2764

Parkeerbelasting moet in casu worden voldaan door middel van het kopen van een kaartje uit een parkeerautomaat. Daaronder valt niet het werpen van geld in een parkeerautomaat zonder dat deze een kaartje afgeeft, terwijl het ingeworpen geld wordt teruggegeven. Aan het opleggen van een naheffingsaanslag en het aanbrengen van een wielklem staat niet in de weg dat de parkeerautomaat defect was, dat het regende op het moment dat belanghebbende parkeerde of dat belanghebbende een briefje achter de voorruit had aangebracht met zijn telefoonnummer en de mededeling dat de parkeerautomaat defect was. De gestelde omstandigheid dat de onderhavige parkeerautomaat in drie maanden vier maal defect is geweest en dat verweerder nalaat defecte parkeerautomaten spoedig te repareren - wat daarvan ook zij - staat niet in de weg aan het opleggen van de onderhavige naheffingsaanslag, nu er in de directe omgeving enige andere (niet defecte) parkeermeters waren. Het Hof verwerpt de stelling van belanghebbende dat een wanverhouding bestaat tussen de kosten enerzijds en de nageheven belasting anderzijds.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen