Art. 7 Bignal, Hefschroefvliegtuigen
Besluit inrichting en gebruik niet aangewezen luchtvaartterreinen (Bignal)
1. De aanleg, inrichting en uitrusting van een helihaven moet, ter beoordeling door Onze Minister zodanig zijn dat hefschroefvliegtuigen daarvan een veilig gebruik kunnen maken. Hiertoe dienen desgevraagd gegevens te worden overgelegd.
2. Er moeten ten genoegen van Onze Minister voorzieningen worden getroffen dat de in- en uitvliegsectoren zodanig zullen zijn dat hefschroefvliegtuigen veilig kunnen landen op en opstijgen van de helihaven.
3. Voor de beoordeling als bedoeld in het eerste lid moeten in ieder geval de volgende gegevens worden overgelegd:
a. de lengte over alles van het grootste hefschroefvliegtuig dat van de helihaven gebruik gaat maken;
b. de reden/redenen waarom de helihaven nodig wordt geacht en het beoogde gebruik dat ervan zal worden gemaakt;
c. de gemeente waarin de helihaven is gelegen;
d. de afmetingen van het terrein of van het platform dat als helihaven zal worden aangelegd;
e. een duidelijke kaart waaruit de geografische ligging en de aard inclusief hoogtegegevens van de omgeving van het betrokken terrein of platform duidelijk blijft;
f. een verklaring van geen bezwaar van de eigenaar of zakelijk gerechtigde van het betrokken terrein of platform;
g. een verklaring van geen bezwaar van de burgemeester van de gemeente waarin het betrokken terrein of het platform is gelegen.
4. Het gestelde in het derde lid onder c en g is niet van toepassing op een helihaven op installaties en bouwwerken als bedoeld in artikel 6, tweede lid, onder b.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- ABRvS 11 december 2013, ECLI:NL:RVS:2013:2391
- ABRvS 23 januari 2013, ECLI:NL:RVS:2013:BY9199
- ABRvS 25 april 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BW3944
- Rb. Utrecht 13 februari 2008, ECLI:NL:RBUTR:2008:BC4560
- Rb. Roermond 24 april 2008, ECLI:NL:RBROE:2008:BD5214
- Rb. Overijssel 30 oktober 2015, ECLI:NL:RBOVE:2015:4864
- Rb. Limburg 14 juni 2013, ECLI:NL:RBLIM:2013:CA3331