Art. 47 Loodsenwet, Dwang-, straf- en opsporingsbepalingen
1. Overtreding van de bepalingen, gesteld krachtens artikel 2, zesde lid, voor zover daarbij uitdrukkelijk als strafbaar feit aangewezen, of overtreding van artikel 4, tweede lid, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of geldboete van de derde categorie.
2. De in het eerste lid strafbaar gestelde feiten zijn overtredingen.