Art. 2 Loodsenwet, De loodsen
1. De loods adviseert aan boord de kapitein of verkeersdeelnemer over de door deze te voeren navigatie.
2. Indien de loods zijn functie aan boord van het te loodsen schip uitoefent, mag hij met instemming van de kapitein optreden als verkeersdeelnemer.
3. Indien de loods zijn functie niet aan boord van het te loodsen schip kan uitoefenen, mag hij de kapitein of de verkeersdeelnemer vanaf een ander schip of vanaf de wal adviseren.
4. Indien de loods zijn functie vanaf een ander schip of vanaf de wal uitoefent, mag hij, voor zover hij daartoe bij of krachtens artikel 9 van de Scheepvaartverkeerswet bevoegd is, de kapitein of de verkeersdeelnemer ook verkeersinformatie geven.
5. Indien zich aan boord van het te loodsen schip een loods bevindt, kan een loods vanaf de wal aan deze loods adviezen en, voor zover hij daartoe bij of krachtens artikel 9 van de Scheepvaartverkeerswet bevoegd is, verkeersinformatie geven, in het geval van verminderd zicht, slechte weersomstandigheden of andere bijzondere omstandigheden.
6. Ter bescherming van de belangen, genoemd in artikel 3, eerste lid, van de Scheepvaartverkeerswet, worden bij of krachtens algemene maatregel van bestuur voorschriften vastgesteld die de loodsen voor en bij de uitoefening van hun beroep in acht dienen te nemen.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Conclusie A-G Mok 4 februari 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA4731
- Rb. Middelburg 22 oktober 2010, ECLI:NL:RBMID:2010:BO2577
- Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 16 augustus 2011, ECLI:NL:OGHACMB:2011:BT2487
- Hof 's-Gravenhage 24 januari 2012, ECLI:NL:GHSGR:2012:BV1630
- CBb 7 mei 2013, ECLI:NL:CBB:2013:CA1175
- CBb 5 september 2013, ECLI:NL:CBB:2013:102