Art. 3 Meststw
1. Voor de toepassing van het bij of krachtens deze wet bepaalde wordt geen rekening gehouden met handelingen waarvan, op grond van de omstandigheid dat zij geen wezenlijke verandering van feitelijke verhoudingen hebben ten doel gehad of op grond van andere bepaalde feiten en omstandigheden, moet worden aangenomen dat zij achterwege zouden zijn gebleven, indien daarmee niet de toepassing van deze wet voor het vervolg geheel of ten dele onmogelijk zou worden gemaakt.
2. Hoofdstuk III van deze wet is niet van toepassing op natuurterreinen die de hoofdfunctie natuur hebben.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- CBb 6 juli 2016, ECLI:NL:CBB:2016:259
- CBb 11 juni 2014, ECLI:NL:CBB:2014:227
- Conclusie A-G Keulen 11 juni 2019, ECLI:NL:PHR:2019:747
- CBb 19 augustus 2025, ECLI:NL:CBB:2025:427
- Rb. Zeeland-West-Brabant 5 november 2025, ECLI:NL:RBZWB:2025:7568
- Rb. Zeeland-West-Brabant 27 februari 2023, ECLI:NL:RBZWB:2023:1325
- Rb. Zeeland-West-Brabant 22 november 2021, ECLI:NL:RBZWB:2021:5959
- Rb. Zeeland-West-Brabant 14 september 2021, ECLI:NL:RBZWB:2021:4592
- Rb. Gelderland 9 augustus 2023, ECLI:NL:RBGEL:2023:4565
- Rb. Den Haag 24 februari 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:3731
- HR 31 januari 2012, ECLI:NL:HR:2012:BT7110
- HR 6 maart 1996, ECLI:NL:HR:1996:AA1846
- CBb 22 juli 2025, ECLI:NL:CBB:2025:386
- CBb 25 oktober 2016, ECLI:NL:CBB:2016:338