CBb 19 augustus 2025, ECLI:NL:CBB:2025:427

In artikel 3, tweede lid, van de Msw is bepaald dat hoofdstuk III waarin de gebruiksnormen zijn neergelegd niet van toepassing is op natuurterreinen die de hoofdfunctie natuur hebben. In het Besluit gebruik meststoffen is in artikel 1, aanhef en onder e gedefinieerd wat onder natuurterrein moet worden verstaan: natuurterrein is grasland dat de hoofdfunctie natuur heeft. Gelet op wat in de Nota van Toelichting bij het Besluit gebruik meststoffen is vermeld zal het College aan de hand van de feitelijke omstandigheden beoordelen of sprake is van een zodanige inperking van de landbouwactiviteit dat geen sprake is van landbouwgrond, maar van natuurterrein. Zie ook usp van het College van 6 juli 2016 (ECLI:NL:CBB:2016:259). Voor het College is komen vast te staan dat perceel 25 ligt in Natura-2000 gebied en dat het op het perceel beheertype N12.02 rust, dat wil zeggen “Kruiden en faunarijk grasland”. Naar het oordeel van het College heeft de minister onvoldoende aangetoond dat sprake is van een aanmerkelijke inperking van landbouwkundige activiteit dat perceel 25 niet als landbouwgrond kan worden beschouwd. Uit de bij dit beheertype behorende beheeradviezen blijken geen beperkingen. Het zijn slechts adviezen. Uit de pachtovereenkomst en de huurovereenkomst tussen de maatschap en de pachter blijken evenmin beperkingen ten aanzien van het landbouwkundig gebruik. Bovendien stelt de maatschap dat op dit perceel dieren zijn geweid en dat het is gemaaid. Naar het oordeel van het College heeft de maatschap dit perceel naar eigen keuze kunnen gebruiken door teeltplan en bemestingsplan op elkaar af te stemmen. Dit betekent dat perceel 25 moet worden aangemerkt als landbouwgrond, met als gevolg dat de maatschap niet 49,60 hectare landbouwgrond in gebruik had, maar de oorspronkelijk opgegeven 56,27 hectare.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken