Art. 22 IWS, De hoogte van de uitkering
Invoeringswet stelselherziening sociale zekerheid (IWS)
1. Ten aanzien van de persoon, bedoeld in de artikelen 4, 5, vierde lid, en 6, bedraagt de uitkering per dag 70% van het dagloon dat gold op de dag, voorafgaande aan die waarop de nieuwe Werkloosheidswet in werking treedt.
2. Indien voor de persoon, bedoeld in de artikelen 4, 5, vierde lid, en 6, op de dag voorafgaande aan die waarop de nieuwe Werkloosheidswet op hem van toepassing wordt als dagloon het minimumdagloon in aanmerking werd genomen, blijft, zodra de nieuwe Werkloosheidswet op hem van toepassing wordt, het minimumdagloon voor hem gelden zolang hij voldoet aan de voorwaarden zoals deze op de dag voorafgaande aan die waarop de nieuwe Werkloosheidswet in werking treedt op grond van de Werkloosheidswet of de Wet Werkloosheidsvoorziening en de daarop berustende bepalingen zijn gesteld.
3. Indien voor de persoon, bedoeld in de artikelen 4, 5, vierde lid, en 6, op de dag voorafgaande aan die waarop de nieuwe Werkloosheidswet op hem van toepassing wordt, het minimumdagloon in aanmerking werd genomen met toepassing van artikel 12c, derde lid, van de Werkloosheidswet of 5c, derde lid, van de Wet Werkloosheidsvoorziening, wordt voor het recht op toeslag op grond van de Toeslagenwet als dagloon aangemerkt 70% van het voor deze persoon in aanmerking genomen minimumdagloon. In afwijking van de op grond van artikel 12a van de Werkloosheidswet en artikel 5a van de Wet Werkloosheidsvoorziening gestelde regels wordt het dagloon, bedoeld in artikel 22, herzien overeenkomstig artikel 46 van de nieuwe Werkloosheidswet.