Art. 43 Wbb, Sanering
1. Gedeputeerde staten kunnen met betrekking tot het grondgebied waarop de verontreiniging zich bevindt of de directe gevolgen daarvan zich voordoen:
a. bij een onderzoeksgeval bevelen op de daarbij aangegeven wijze nader onderzoek te verrichten of
b. bij een geval van ernstige verontreiniging bevelen tijdelijke beveiligingsmaatregelen te treffen.
2. De in het eerste lid bedoelde bevelen kunnen slechts worden gegeven aan degene die een zakelijk of persoonlijk recht heeft op dat grondgebied en het tevens in gebruik heeft of heeft gehad in de uitoefening van een bedrijf.
3. Gedeputeerde staten kunnen tevens: bevelen op de daarbij aangegeven wijze nader onderzoek te verrichten dan wel, ingeval het een geval van ernstige verontreiniging betreft, saneringsonderzoek te verrichten of de bodem te saneren indien in een beschikking als bedoeld in artikel 37, eerste lid, is vastgesteld dat spoedige sanering noodzakelijk is, dan wel de maatregelen te treffen die zijn aangegeven overeenkomstig artikel 37, vierde lid.
a. degene door wiens handelen een onderzoeksgeval of geval van ernstige verontreiniging is veroorzaakt, dan wel
b. de eigenaar of de erfpachter van het grondgebied waarop zich bij zodanige gevallen de verontreiniging bevindt of de directe gevolgen daarvan zich voordoen,
4. Het bevel de bodem te saneren, bedoeld in het derde lid, kan onder meer strekken tot het treffen van tijdelijke beveiligingsmaatregelen of tot het opstellen van een saneringsplan.
5. Het bevel de bodem te saneren, bedoeld in het derde lid, kan niet worden gegeven indien ten aanzien van het betrokken geval van verontreiniging is gesaneerd overeenkomstig artikel 38, eerste lid.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- ABRvS 21 december 2022, ECLI:NL:RVS:2022:3869
- ABRvS 23 maart 2022, ECLI:NL:RVS:2022:862
- ABRvS 13 januari 2021, ECLI:NL:RVS:2021:37
- ABRvS 3 april 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1053
- ABRvS 10 oktober 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BX9683
- ABRvS 15 februari 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BV6506
- ABRvS 7 maart 2007, ECLI:NL:RVS:2007:BA0074
- ABRvS 14 februari 2007, ECLI:NL:RVS:2007:AZ8437
- ABRvS 29 maart 2005, ECLI:NL:RVS:2005:AT3226
- ABRvS 29 maart 2005, ECLI:NL:RVS:2005:AT3225
- ABRvS 31 maart 2004, ECLI:NL:RVS:2004:AO7120
- ABRvS 31 maart 2004, ECLI:NL:RVS:2004:AO6564
- ABRvS 21 januari 2004, ECLI:NL:RVS:2004:AO1949
- ABRvS 2 september 2003, ECLI:NL:RVS:2003:AJ3334
- ABRvS 3 september 2003, ECLI:NL:RVS:2003:AI1771
- ABRvS 11 september 2002, ECLI:NL:RVS:2002:AE7449
- ABRvS 17 april 2002, ECLI:NL:RVS:2002:AE1576
- Conclusie A-G Wissink 17 oktober 2014, ECLI:NL:PHR:2014:1868
- Hof Arnhem 1 oktober 2002, ECLI:NL:GHARN:2002:AF1047