ABRvS 21 januari 2004, ECLI:NL:RVS:2004:AO1949
Bij besluit van 1 mei 2002, kenmerk MW2001.29157, heeft verweerder op grond van artikel 44 van de Wet bodembescherming aan appellant bevolen de bodemsanering van het perceel [locatie] te [plaats] alsnog af te ronden conform het saneringsplan waarmee verweerder heeft ingestemd. Voorts heeft verweerder aan appellant een last onder dwangsom als bedoeld in artikel 5:32, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht in samenhang met artikel 95, vierde lid, onder c, van de Wet bodembescherming opgelegd. De dwangsom is vastgesteld op € 2.000,00 per week dat geconstateerd wordt dat appellant in strijd handelt met het bovengenoemde bevel krachtens artikel 44 van de Wet bodembescherming. Het maximum waarboven geen dwangsom meer wordt verbeurd is vastgesteld op € 100.000,00. Voor de last onder dwangsom geldt een begunstigingstermijn van zes weken.
De uitspraak op rechtspraak.nl