Art. 170 LIW, De vaststelling van de rechten en van de schatting
1. Uiterlijk veertien dagen na de laatste dag, waarop de in artikel 168, eerste lid, bedoelde stukken ter inzage hebben gelegen, kan iedere belanghebbende zijn bezwaren tegen de toekenning en omschrijving van rechten op de lijst van rechthebbenden en tegen de uitkomsten van de eerste schatting schriftelijk bij de landinrichtingscommissie indienen.
2. Na verloop van de in het eerste lid bepaalde termijn kunnen slechts zij als rechthebbende worden erkend, die voorkomen op de lijst van rechthebbenden of die tegen de daarop voorkomende toekenning of omschrijving van rechten bezwaren hebben ingediend, of hun rechtverkrijgenden.
3. Rechtverkrijgende, als bedoeld in het tweede lid, is degene die een onroerende zaak, een beperkt recht of een recht als bedoeld in artikel 252 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek verkrijgt en waarvan de verkrijging blijkt uit in de openbare registers ingeschreven stukken, alsmede degene die onder algemene titel een recht van huur verkrijgt dat is vermeld op de lijst van rechthebbenden.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- HR 24 september 2010, ECLI:NL:HR:2010:BM9600
- Conclusie A-G Valk 1 november 2019, ECLI:NL:PHR:2019:1149
- Rb. Zwolle-Lelystad 18 april 2007, ECLI:NL:RBZLY:2007:BA9557
- Rb. Oost-Brabant 27 juni 2018, ECLI:NL:RBOBR:2018:3141
- Rb. Maastricht 5 februari 2003, ECLI:NL:RBMAA:2003:AF4506
- Rb. Leeuwarden 10 september 2008, ECLI:NL:RBLEE:2008:BF1051
- Rb. Arnhem 4 juli 2007, ECLI:NL:RBARN:2007:BB1799
- Rb. Arnhem 13 november 2003, ECLI:NL:RBARN:2003:AN9854
- Rb. Alkmaar 15 september 2004, ECLI:NL:RBALK:2004:AR2299
- Conclusie A-G Valk 1 november 2019, ECLI:NL:PHR:2019:1148
- Conclusie A-G Keus 5 september 2008, ECLI:NL:PHR:2008:BD4378