Rb. Oost-Brabant 27 juni 2018, ECLI:NL:RBOBR:2018:3141
Contradictoir. Geen akte overgelegd waaruit de vestiging van het voorpootrecht blijkt, maar voldoende andere factoren die op het bestaan van een voorpootrecht wijzen. De aard en het karakter van voorpootrechten verzetten zich niet tegen de toepassing van de titelzuiverende werking van artikel 208 lid 2 Landinrichtingswet. Ook een voorpootrecht kan op grond van dit artikel teniet gaan door ruilverkaveling. Nu schadebegroting via de marktwaarde of via de vervangingswaarde niet mogelijk is, acht de rechtbank een waardebepaling op basis van de stichtingskosten (Rekenmodel Boomwaarde) passend.
De uitspraak op rechtspraak.nl