Art. 5b RWN, Verkrijging van het Nederlanderschap van rechtswege
Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN)
1. Nederlander wordt ook het kind dat in het buitenland bij uitspraak van een ter plaatse bevoegde autoriteit wordt geadopteerd, indien en op het tijdstip waarop aan de volgende voorwaarden is voldaan:
a. de adoptie voldoet aan de voorwaarden voor erkenning in Nederland van artikel 108 of artikel 109 van Boek 10 van het Burgerlijk Wetboek, en
b. de adoptie heeft tot gevolg dat de voordien bestaande familierechtelijke betrekkingen worden verbroken, en
c. ten minste een der adoptiefouders is Nederlander op de dag dat de uitspraak kracht van gewijsde heeft gekregen, en
d. het kind was op de dag van de uitspraak in eerste aanleg minderjarig.
2. Nederlander wordt voorts het kind dat in het buitenland is geadopteerd bij een adoptie die niet tot gevolg heeft dat de voordien bestaande familierechtelijke betrekkingen worden verbroken, welke adoptie in Nederland bij rechterlijke uitspraak in overeenstemming met artikel 111 van Boek 10 van het Burgerlijk Wetboek wordt omgezet in een adoptie naar Nederlands recht, indien en op het tijdstip waarop aan de volgende voorwaarden is voldaan:
a. de adoptie voldoet aan de voorwaarden voor erkenning in Nederland van artikel 108 of artikel 109 van Boek 10 van het Burgerlijk Wetboek, en
b. ten minste een der adoptiefouders is Nederlander op de dag nadat drie maanden te rekenen van de dag van de uitspraak houdende omzetting in eerste aanleg of in hoger beroep zijn verstreken zonder dat daartegen hoger beroep of beroep in cassatie is ingesteld, dan wel, indien beroep in cassatie is ingesteld, op de dag van de uitspraak in cassatie; en
c. het kind was op de dag van de uitspraak houdende omzetting in eerste aanleg minderjarig.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Rb. Zeeland-West-Brabant 8 december 2021, ECLI:NL:RBZWB:2021:6262
- Hof 's-Hertogenbosch 25 mei 2023, ECLI:NL:GHSHE:2023:1732
- Rb. 's-Gravenhage 16 augustus 2012, ECLI:NL:RBSGR:2012:BX6473
- Rb. 's-Gravenhage 27 januari 2012, ECLI:NL:RBSGR:2012:BV3327
- Rb. Overijssel 23 oktober 2017, ECLI:NL:RBOVE:2017:4810
- Rb. Den Haag 12 februari 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:6007
- Rb. Den Haag 6 april 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:5214
- Rb. Den Haag 22 juli 2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:8206
- Rb. Den Haag 22 december 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:14084
- Rb. Den Haag 22 december 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:14082
- Rb. Den Haag 22 december 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:14081
- Conclusie A-G Vlas 12 april 2024, ECLI:NL:PHR:2024:411
- Conclusie A-G Vlas 25 mei 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BV9435
- Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba 22 september 2009, ECLI:NL:OGHNAA:2009:BK0001
- HR 6 december 2024, ECLI:NL:HR:2024:1802