Art. 3a Wet tot behoud van cultuurbezit, Aanwijzing van beschermde voorwerpen

Wet tot behoud van cultuurbezit

1. In spoedgevallen kan Onze Minister roerende zaken als bedoeld in artikel 2, eerste lid, of een verzameling als bedoeld in artikel 3, eerste lid, als beschermd voorwerp onderscheidenlijk als beschermde verzameling aanwijzen, voordat het advies van de Raad is ingewonnen. In dat geval wordt het advies van de Raad gevraagd tegelijkertijd met de aanwijzing.

2. Bij de bekendmaking van een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid vermeldt Onze Minister dat de Raad nog niet is gehoord.