Art. 1 Wet tot behoud van cultuurbezit, Algemene bepalingen

Wet tot behoud van cultuurbezit

1. Voor de toepassing van het bij of krachtens deze wet bepaalde wordt verstaan onder:

a. beschermd voorwerp: een roerende zaak die op grond van artikel 2 is aangewezen als beschermd voorwerp, dan wel ingevolge artikel 3, derde lid, of artikel 3b, derde lid, beschermd voorwerp is;

b. verzameling: roerende zaken, die uit cultuurhistorisch of wetenschappelijk oogpunt bij elkaar behoren;

c. beschermde verzameling: een verzameling die op grond van artikel 3 is aangewezen als beschermde verzameling;

d. de Raad: de Raad voor cultuur, bedoeld in artikel 2a van de Wet op het specifiek cultuurbeleid;

e. Onze Minister: Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;

f. de inspecteur: de als zodanig bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaar.

2. Van een besluit als bedoeld in het eerste lid, onderdeel f, wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.